Fasen

Het OPUS-model gaat uit van vier fasen:

1. ORIËNTATIE

De oriëntatiefase van een project is er op gericht vast te stellen:

  • of het signaal de moeite waard is;
  • om welk projecttype het gaat;
  • hoe dan de volgende fasen er globaal uit zullen zien;
  • EN of het dus noodzakelijk of de moeite waard is een plan uit te werken.

 In de oriëntatiefase nemen we vier stappen:

  1. Onderzoek van het signaal
  2. Peilen van informatie
  3. Uitwerken van de opties
  4. Samenvatten in een voorstel

2. PLAN

De planfase is er op gericht vast te stellen:

  • hoe het project in detail zal worden uitgevoerd
  • welke capaciteit en organisatievorm daarvoor nodig is
  • wat er na de uitvoering als follow-up gebeuren moet
  • welke formele afspraken er worden gemaakt.

De meeste aandacht in een project gaat uit naar de planfase. Alle aandachtslijnen dienen voor deze fase in detail  te worden uitgewerkt.

3. UITVOERING

De uitvoeringsfase is er op gericht om:

  • de overvang van plan naar uitvoering te begeleiden
  • de stappen van het projectplan volgens afspraak uit te voeren
  • de voortgang te monitoren
  • noodzakelijke aanpassingen dan wel verbeteringen te signalen en in te voeren
  • regelmatige tussenrapportages over de voortgang van het project te maken
  • de slotfase voor te bereiden.


SLOT
 

De slotfase is van groot belang voor een project. Kenmerkend van deze fase is het beantwoorden van de volgende vragen:

  • voldoen de behaalde resultaten aan de verwachtingen?
  • hoe kan op de behaalde resultaten worden voortgebouwd?
  • welke professionele lessen hebben we geleerd voor een volgend project?